Rubriek :
Historische figuren
François-René
Chateaubriand
Chateaubriand,
François-René de, vicomte (St-Malo 4 sept. 1768 - Parijs 4 juli
1848), Frans schrijver, koos na een sombere jeugd op het
ouderlijk slot in 1786 een militaire loopbaan, die hem naar
Parijs voerde.
1. In de Verenigde Staten en Engeland
Onder druk van de politieke gebeurtenissen vertrok hij
op 8 april 1791 naar Amerika. Zijn verblijf daar duurde slechts
vijf maanden, maar was van buitengewoon belang voor zijn
literaire vorming. Van de reis bracht hij mee: een Indianenroman
Les Natchez (pas in 1828 gepubliceerd in de Œuvres complètes),
een eerste redactie van Atala, reisnotities waaruit later Le
voyage en Amérique (gepubl. 1826) zou ontstaan, en hoofdstukken
van de Mémoires d'outre-tombe. Na zijn terugkeer huwde hij, nam
dienst in het emigrantenleger van de Bourbons, werd gewond bij
Thionville en wist naar Engeland te ontkomen. Hier schreef hij
tussen 1794 en 1796 zijn Essai historique, politique et moral
sur les révolutions anciennes et modernes, considérées dans
leurs rapports avec la Révolution française (1797, omgewerkt in
1826), waaruit zijn politiek en moreel nihilisme en zijn
godsdienstig scepticisme blijkt.
2. Verdediging van het rooms-katholieke geloof
O.a. de schok van de dood van zijn moeder bracht in 1798
een ommekeer in zijn gemoedstoestand. Hij wendde zich tot het
rooms-katholicisme en werkte na zijn terugkeer in Parijs (mei
1800, in gezelschap van zijn vriendin Pauline de Beaumont) een
reeds in Londen aangevangen project uit tot Le génie du
christianisme (5 dln., 1802). Het boek, dat in sterke mate heeft
bijgedragen tot de herleving van het rooms-katholicisme in
Europa, heeft meer poëtische dan apologetische kracht en werd
door de Kerk op de Index geplaatst, maar genoot een
overweldigend succes. Reeds een jaar eerder had de schrijver een
episode uit het boek afzonderlijk gepubliceerd: Atala ou les
amours de deux sauvages au désert, de geschiedenis van een tot
het christendom bekeerd Indiaans meisje. Een andere, niet minder
bekende episode werd in 1805 samen met Atala uitgegeven: de
novelle René, een analyse van de heersende romantische
wanhoopsstemming (zie romantiek). In Le génie du christianisme
had de schrijver beweerd dat de christelijke godsdienst
dichterlijker was dan de heidense en dat de christelijke poëzie
superieur was aan de Griekse dichtkunst. Om hiervan een
voorbeeld te geven, publiceerde hij in 1809 Les martyrs ou le
triomphe de la religion chrétienne, een epos in proza, spelend
tijdens de christenvervolgingen onder Diocletianus.
3. Tijdens Napoleon
Na zijn terugkeer in Frankrijk had Chateaubriand zich
verzoend met het Consulaat van Napoleon en in 1803 werd hij
benoemd tot gezantschapssecretaris te Rome. Uit die periode
dateert Voyage en Italie (1827), waarin de prachtige Lettre à M.
de Fontanes sur la Campagne romaine. Door moeilijkheden met
kardinaal Joseph Fesch in Rome onmogelijk geworden, kreeg hij de
onbeduidende post van zaakgelastigde bij het Zwitserse kanton
Wallis, maar toen de hertog van Enghien op last van Napoleon was
gefusilleerd, nam hij ontslag (1804).
In 1806 ondernam hij een reis naar het Oosten; het resultaat van
deze reis was L'itinéraire de Paris à Jérusalem et de Jérusalem
à Paris (3 dln., 1811), briljant van taal en stijl, waarin
echter de werkelijkheid der feiten wordt opgeofferd aan de macht
der verbeelding. Na de reis wachtte hem in Spanje een nieuwe
inspiratrice, Nathalie de Noailles. Dit amoureuze intermezzo
leverde de literatuur Les aventures du dernier Abencérage op,
een meesterlijke vertelling waarin de 'couleur locale'
bewonderenswaardig is.
4. Na de val van Napoleon
In 1914 publiceerde Chateaubriand zijn opvattingen over
de constitutionele monarchie in Réflexions politiques… Na de
slag bij Waterloo bekleedde hij diplomatieke functies en in 1828
werd hij gezant te Rome. Maar de politiek had voor hem haar
bekoring verloren: hij trok zich hoe langer hoe meer terug en
verbleef meestal bij zijn trouwe vriendin M Récamier, werkend
aan zijn gedenkschriften Les mémoires d'outre-tombe (12 dln.,
1849). Ondanks zijn geslaagde carrière, ondanks de passies die
hem tot literaire werken inspireerden, is één trek in zijn leven
allesoverheersend geworden: 'l'ennui', een gevoel van onbehagen,
van de vergankelijkheid van alles. Deze stemming bracht hem tot
zijn laatste letterkundige schepping: een geromantiseerde
beschrijving van het leven van de stichter van de orde der
trappisten, zijn Vie de Rancé (1844).
Stijlstudies hebben aangetoond dat Chateaubriand, vooral door de
rijkdom van zijn beelden, een van de grootste woordkunstenaars
van de Franse letteren is geweest. Hij werd begraven in de door
hemzelf ontworpen graftombe op het rotseiland Le Grand Bé, bij
Saint-Malo.