Rubriek :
Historische figuren
Gabriel Garcia Marquez
García Márquez,
Gabriel (Aracataca 6 maart 1928), Colombiaans schrijver en
journalist, werd grootgebracht door zijn grootouders, studeerde
o.a. in de hoofdstad Bogotá, verliet tijdens de Violencia, die
in 1948 losbarstte, deze stad en trok naar Cartagena en
Barranquilla (aan de Caribische kust). Door zijn werk als
journalist en door zijn contacten met de schrijvers van de 'grupo
de Barranquilla' kreeg hij hier de literaire vorming die zijn
schrijverschap bezegelde. Hij woonde en reisde in de jaren
vijftig door Oost- en West-Europa, werkte in 1960 en 1961 voor
het Cubaanse persbureau Prensa Latina, maakte in Mexico
filmscripts, vestigde zich in 1967 in Barcelona en woont sinds
1975 in Mexico. Hij behoort, met Julio Cortázar, Carlos Fuentes
en Mario Vargas Llosa, tot de boom. Zijn grote roman Cien años
de soledad (1967; Ned. vert.: Honderd jaar eenzaamheid, 1972)
maakte hem in één klap wereldberoemd en gaf de
Spaans-Amerikaanse literatuur een werk waarvan het belang is te
vergelijken met dat van Don Quichot voor de Spaanse literatuur.
Zonder de kleine meesterwerkjes die hieraan voorafgingen te kort
te doen kan men Márquez' eerste romans en verhalen (La hojarasca,
1955; El coronel no tiene quien le escriba, 1961; La mala hora,
1962; Los funerales de la Mamá Grande, 1962) beschouwen als
opmaatjes voor deze roman. Het decor is altijd de geboortestreek
van de schrijver, die hij nu eens op sobere, realistische, dan
weer op exuberante, fantastische wijze gestalte geeft. Met als
basismateriaal de heroïsche verhalen van zijn grootvader - een
bejaarde militair -, de wonderlijke verhalen van zijn
grootmoeder en een grote historische en literaire bagage schreef
Márquez Cien años de soledad, dat met een ongeëvenaarde allure
de geschiedenis van een tot onherroepelijke eenzaamheid
veroordeelde familie (de Buendía's) en van hun woonplaats
Macondo vertelt, een door de westerse beschaving platgewalst
Caribisch dorp. Met El otoño del patriarca (1975; Ned. vert.: De
herfst van de patriarch, 1976) schreef hij zijn meest ambitieuze
roman: in een barokke woordenstroom krijgt een archetypische
Latijns-Amerikaanse dictator gestalte. Diametraal hiertegenover
staat de sobere, korte roman Crónica de una muerte anunciada
(1981; Ned. vert.: Kroniek van een aangekondigde dood, 1981).
Sprankelend is El amor en los tiempos del cólera (1985; Ned.
vert.: Liefde in tijden van cholera, 1985), een ontroerende
geschiedenis over een hartstochtelijk verliefde man die bijna
zijn hele leven moet wachten voordat hij zijn liefde beantwoord
ziet. Het vormt een fel contrast met de roman El general en su
laberinto (1989; Ned. vert.: De generaal in zijn labyrint,
1989), een historische roman over de laatste zeven maanden uit
het leven van de oude, zieke vrijheidsstrijder Simón Bolívar,
die zijn droom van een verenigd, sterk, zelfstandig
Spaans-Amerika in snel tempo ziet verworden tot de nachtmerrie
van verbrokkelde, zwakke, afhankelijke landjes.
Toen Márquez bekend was geworden als romancier, werd ook zijn
vroegere journalistieke werk uitgegeven: Obra periodística 1.
Textos costeños (1981; selectie in: Journalistiek proza 1.
Schetsen van de kust, 1983); Obra periodística 2. Entre cachacos
I (1982); Obra periodística 3. Entre cachacos II (1982; selectie
in: Journalistiek proza 2. Schrijver in Bogotá, 1984 en
Journalistiek proza 3. De kampioen van Colombia, 1984) en Obra
periodística 4 (selectie in: Journalistiek proza 5. Op reis
achter het IJzeren Gordijn, 1985 en Journalistiek proza 6. Toen
ik nog gelukkig was en ongedocumenteerd, 1985). Een uitstekende
introductie in de fascinerende wereld van de schrijver is El
olor de la guayaba (gesprekken met Plinio Mendoza, 1982; Ned.
vert.: De geur van guave, 1983). Bijna al zijn werk is in
Nederlandse vertaling verschenen. In 1982 ontving Márquez de
Nobelprijs voor literatuur.